Ga naar de hoofdinhoud
Zoek in het warmtepomp handboek
Categorieën
< Alle onderwerpen
Afdrukken

14.1 Wat is de ideale regeling?

In Nederland is men over het algemeen gewend aan een centrale regeling met een (klok)thermostaat in de woonkamer. Zowel bij een gas cv-ketel als bij stadsverwarming was het handig om de warmteopwekker vanaf een centrale positie (woonkamer) in of uit te schakelen.
Bij een warmtepomp heeft directe bediening door middel van een normale kamerthermostaat niet de voorkeur. Doordat ook normale kamerthermostaten steeds energiezuiniger te werk moeten gaan, ziet men dat deze (afhankelijk van type, instelling en toepassing) meerdere schakelmomenten per uur hebben. De thermostaat verbreekt dan bijvoorbeeld na tien minuten de warmtevraag om te kijken of de eerder ingeschakelde verwarming wellicht al voldoende effect heeft gehad om de ruimte op te warmen.

Dit is bedoeld om een zogenaamde ‘overshoot’ van warmte te voorkomen. Wanneer dit ook bij een warmtepomp plaatsvindt, verliest deze enorm veel warmtevraag door de onnodige starts en stops. Dit heeft een negatieve invloed op zowel de efficiëntie als de levensduur.

In praktijk ziet men dat klanten toch de regeling graag in de woonkamer gemonteerd willen hebben, hoewel dit niet noodzakelijk is. Over het algemeen heeft een warmtepomp namelijk een weersafhankelijke regeling. Als men al een display of bediening in de woonkamer kan plaatsen, dan doet deze vaak niets anders dan het bedienen van de regeling.


Hoewel men met de weersafhankelijke regeling in theorie de gehele woning van de juiste warmte kan voorzien, is het correct instellen van deze regeling soms ingewikkeld. De ene keer is het mogelijk te warm, de andere keer te koud. Op basis van deze ervaringen moet men de stooklijn telkens iets bijstellen. Er is ook niet een standaard stooklijninstelling die voor elke woning voldoet. Ieder huis is anders en bij de één is er een hele goede isolatie aanwezig, terwijl bij de ander wellicht heel veel glas op een ongunstige positie aanwezig is. Dit heeft allemaal invloed op de te selecteren stooklijn.


Masterwatt adviseert om de warmtepomp weersafhankelijk over de buffer te laten draaien en vervolgens de verschillende ruimtes na te regelen. Dit kan door middel van bijvoorbeeld thermostaatkranen op de radiatoren, maar in het geval van vloerverwarming kan men een naregeling met ruimtethermostaten per verblijfsruimte gebruiken.
Wanneer men de warmtepomp met name voor één zone gebruikt (bijvoorbeeld alleen een woonkamer, keuken of entree), kan men ook de voeding van de pompunit voor het afgiftesysteem schakelen met alleen een kamerthermostaat (geschikt voor 230 V).
Op die manier maakt men optimaal gebruik van de weersafhankelijke regeling, terwijl men in de woonkamer en eventuele andere ruimtes ook op basis van de temperatuur ter plaatse de meest comfortabele temperatuurregeling ervaart. Men zegt in dat geval dat men de installatie weersafhankelijk voorregelt en dat men hem op basis van ruimtetemperatuur naregelt.

Veelgestelde vragen over de ideale regeling van een warmtepomp

Een goede regeling is essentieel voor een efficiënte en comfortabele warmtepomp. Hieronder vind je antwoorden op veelgestelde vragen over hoe je een warmtepomp het beste kunt regelen.

Waarom is een gewone kamerthermostaat niet ideaal voor een warmtepomp?

Een gewone kamerthermostaat schakelt de warmtevraag meerdere keren per uur in en uit om oververhitting te voorkomen. Bij een warmtepomp zorgen deze onnodige starts en stops voor een lagere efficiëntie en een kortere levensduur. Daarom heeft een andere regelmethode de voorkeur.

Wat is een weersafhankelijke regeling?

Een weersafhankelijke regeling past de aanvoertemperatuur van het verwarmingssysteem automatisch aan op basis van de buitentemperatuur. Hoe kouder het buiten is, hoe warmer het water dat de warmtepomp produceert. Zo wordt de woning continu van de juiste hoeveelheid warmte voorzien zonder steeds handmatig bij te sturen.

Wat is het verschil tussen voorregeling en naregeling?

Bij voorregeling wordt de warmtepomp weersafhankelijk aangestuurd om een buffer op de juiste temperatuur te houden. De naregeling zorgt vervolgens per ruimte voor de gewenste temperatuur, bijvoorbeeld via thermostaatkranen op radiatoren of ruimtethermostaten bij vloerverwarming. Samen geven deze twee methoden zowel efficiëntie als comfort.

Hoe stel ik de stooklijn correct in voor mijn woning?

Er bestaat geen universele stooklijninstelling die voor elke woning werkt, want elk huis is anders. Factoren zoals isolatie, de hoeveelheid glas en de ligging van het huis spelen allemaal een rol. Op basis van ervaringen in de praktijk — soms te warm, soms te koud — past u de stooklijn stap voor stap aan tot het klimaat in huis optimaal is.

Heb je nog vragen? Neem dan contact met ons op.

Inhoudsopgave
workspace contact offerte NTA8800