Zoek in het warmtepomp handboek
Categorieën
< Alle onderwerpen
Afdrukken

9.2 Verschillende toepassingen

Er zijn verschillende manieren om een buffervat toe te passen in de installatie. Alle manieren hebben hun voor- en nadelen of beperking op de regeling en werking van de installatie of warmtepomp. Het is daarom belangrijk om vooraf goed na te gaan wat voor installatie er is en wat hierbij de beste optie is om het buffervat te plaatsen. Hieronder behandelen we de meest voorkomende principes:

  • vierpijps buffervat als open verdeler
  • tweepijps buffervat als schakelbuffer (zowel eenzijdig als kruislings aangesloten)
  • tweepijps in-line retourbuffer (niet door Masterwatt geadviseerd)

Uiteraard kan men in een tweepijpsprincipe ook een buffervat met vier aansluitingen gebruiken. Men moet dan twee aansluitingen afdoppen.

9.2.1 Vierpijps buffervat als open verdeler

Met een vierpijps buffervat als open verdeler bedoelen we een buffervat met vier aansluitingen, waarop men aan de ene zijde de warmtepomp en aan de andere kant het afgiftesysteem aansluit. Het buffervat zorgt ervoor dat de warmtepomp zijn warmte altijd direct in het buffervat pompt en hiermee (vaak weersafhankelijk geregeld) het buffervat opwarmt.

Deze aansluiting heeft een aantal voordelen:

  • Een groot voordeel van deze opstelling is dat de warmtepomp gemakkelijk de benodigde minimale flow over de condensor kan realiseren.
  • Een ander voordeel is dat de warmtepomp en het afgiftesysteem min of meer onafhankelijk van elkaar kunnen werken. De warmtepomp kan de buffer (weersafhankelijk) op temperatuur brengen, terwijl er op dat moment geen momentane warmtevraag
  • vanuit de woning hoeft te zijn. Aan de andere kant kan, als de buffer reeds op temperatuur is, het afgiftesysteem bij warmtevraag direct warmte uit de buffer pompen, terwijl de warmtepomp op dat moment uit staat.
  • Als derde voordeel kan men noemen dat de bewoner een ontdooicyclus van het buitendeel over het algemeen qua comfort totaal niet opmerkt. Tijdens een ontdooicyclus, die vooral bij temperaturen rond het vriespunt voorkomen, zal de warmtepomp zijn werking even omdraaien (koelbedrijf). Hierdoor ontdooit vrij snel de verdamper in het buitendeel. Tijdens deze ontdooicyclus produceert de warmte-pomp een korte tijd gekoeld water in plaats van verwarmd water. Doordat de warmtepomp direct op de buffer is aangesloten, zal dit gekoelde water niet in het afgiftesysteem terecht komen en merkt de bewoner er veelal niets van.
  • Het laatste voordeel is dat men de meting van de temperatuur van het buffervat kan realiseren door een buffersensor in een van de dompelbuizen te plaatsen.

Er zijn ook een aantal nadelen aan deze aansluiting:

  • Een nadeel van deze manier van aansluiten, is dat door de verschillende stromingsrichtingen door het buffervat het water in het buffervat sneller mengt. Hierdoor wordt in sommige gevallen de uitstromende aanvoertemperatuur naar het afgiftesysteem iets lager, wat kan zorgen voor minder comfort. Tegelijkertijd kan de retourtemperatuur naar de warmtepomp door het mengen iets hoger liggen, waardoor de efficiëntie van de warmtepomp iets lager kan uitvallen.
  • Er is altijd een pomp- of mengunit nodig om het water uit de buffer in het afgiftesysteem te krijgen.
Afbeelding 27. Vierpijps buffervat als open verdeler.

9.2.2 Tweepijps buffervat als schakelbuffer

Met een tweepijps buffervat als schakelbuffer bedoelen we een buffervat dat men als het ware als een bypass in de installatie aansluit. Hierdoor kan de warmtepomp het gebruiken om zijn minimale flow te behalen, maar natuurlijk ook als warmtebuffer.
De warmtepomp kan weersafhankelijk de buffer verwarmen, ongeacht of er op dat moment warmtevraag is vanuit de binneninstallatie. De pomp voor het afgiftesysteem kan men bijvoorbeeld met een kamerthermostaat of naregeling schakelen.
Zodra de pomp van het afgiftesysteem aan gaat en de warmtepomp aan het verwarmen is, stroomt het warme water direct naar het afgiftesysteem en niet naar de buffer. Hierdoor ervaart men ook in een tussenseizoen, als de buffer nog niet warm is, snel warmte in de woning. Zodra de ruimte op temperatuur is en de pomp van het afgiftesysteem stopt, gaat de warmtepomp nog even door om de buffer op de weersafhan-kelijk geregelde temperatuur te krijgen.


Zodra de buffer op temperatuur is, stopt ook de warmtepomp. Mocht er later weer warmtevraag uit de woning zijn, terwijl de warmtepomp dan niet in bedrijf is, dan wordt automatisch de warmte uit de buffer onttrokken. Hierdoor zakt de temperatuur in de buffer. Zodra de temperatuur in de buffer onder een bepaalde grens komt, schakelt de warmtepomp in om eerst de woning te verwarmen en daarna de buffer weer op temperatuur te krijgen.
Dit is ons inziens de beste methode om een buffer te installeren. Uiteraard kan men ook een buffervat gebruiken met meer dan twee aansluitingen. Echter dient men de overige aansluitingen dan af te doppen. Op afbeelding 28 ziet men een voorbeeld, waarbij het buffervat tweezijdig (overhoeks) is aangesloten. Hierdoor loopt de stroming min of meer schuin door het buffervat. Het is natuurlijk ook mogelijk om binnen dit zelfde werkingsprincipe de aansluitingen aan één kant van het buffervat te houden. Daardoor vindt nog minder menging plaats in het vat en de temperatuurgelaagd-heid verbetert. Op afbeelding 29 ziet men deze aansluiting.

Deze aansluiting heeft een aantal voordelen:

  • De warmtepomp kan altijd vrij over de buffer pompen en wordt dus niet beperkt in flow. Hierdoor realiseert hij makkelijker de optimale flow over de condensor.
  • Doordat er weinig menging is, blijft de aanvoertemperatuur naar het afgiftesysteem hoger en geeft méér comfort.
  • Tegelijkertijd blijft om dezelfde reden de retourtemperatuur naar de warmtepomp lager, waardoor deze een hogere efficiëntie behaalt.
  • Een ontdooicyclus van het buitendeel merkt men alleen op wanneer ook de pomp naar het afgiftesysteem gelijktijdig inschakelt.
  • Doordat de temperatuur in de buffer minder mengt, is dit een rustigere en meer constante temperatuur. Dit zorgt ervoor dat de warmtepomp niet te veel starts en stops maakt en voorkomt storingen.

Er zijn ook een aantal nadelen aan deze aansluiting:

  • Wanneer er warmtevraag is, terwijl de warmtepomp in een ontdooicyclus werkt, kan het gebeuren dat het gekoelde water voor een gedeelte in het afgifte systeem terecht komt. Hierdoor zou de vloer iets kouder kunnen aanvoelen voor de oplettende bewoner. Overigens heeft de vloer zelf ook een bufferwerking, dus hoeft er nog niet direct een probleem te zijn.
  • Men heeft altijd een pomp- of mengunit nodig om het water uit de buffer in het afgiftesysteem te krijgen.
Afbeelding 28. Tweepijps buffervat overhoeks aangesloten als schakelbuffer
Afbeelding 29. Tweepijps buffervat eenzijdig aangesloten als schakelbuffer.

9.2.3 Tweepijps in-line retourbuffer (niet door Masterwatt geadviseerd)

Met een tweepijps in-line retourbuffer bedoelen we dat men enkel in de retour een buffervat plaatst. Deze methode van bufferen is puur gericht op het vergroten van de waterinhoud van de installatie. Doordat er weinig water in de installatie aanwezig is (bijvoorbeeld bij Low H2O oplossingen, zoals convectoren), zal de retour vaak met een te hoge temperatuur terug komen. Hierdoor kan de warmtepomp in de problemen komen en in storing vallen.
Om dit te voorkomen plaatst men dan een in-line retourbuffervat. Hierdoor voldoet men wellicht aan de minimale waterhoeveelheid in het circulerende circuit, maar dit vat helpt nooit bij het realiseren van de mini-male flow over de condensor. En wanneer er in het afgiftesysteem groepen dichtlopen, omdat de woning (gedeeltelijk) op temperatuur is, krijgt de pomp van het binnendeel het niet meer voor elkaar om de mini-male flow door de installatie heen over de condensor te pompen. Hierdoor zal de warmtepomp sneller terug moduleren, of zelfs in storing vallen. Doordat de juiste werking van de warmtepomp hier zo sterk wordt beïnvloed door heel veel variabelen in het afgifte-systeem, adviseert Masterwatt deze methode niet.

Deze aansluiting heeft een aantal voordelen:

  • Men heeft geen extra pomp- of mengunit nodig aan de afgiftesysteemzijde. De pomp van het binnendeel zal deze flow moeten realiseren.
  • Doordat men de gehele waterhoeveelheid in de cv-installatie meerekent, kan men al snel een iets kleiner buffervat selecteren.
  • Deze aansluiting is goedkoper in aanschaf, doordat men geen extra pompunit nodig heeft en men (soms) een kleinere buffer kan selecteren.

Er zijn ook een aantal nadelen aan deze aansluiting:

  • De warmte voor de ontdooicyclus wordt direct uit de installatie gehaald en niet uit het buffervat. Dit is vrijwel altijd voelbaar.
  • De regeling is lastiger, aangezien deze óf geheel weersafhankelijk moet plaatsvinden, wat voor veel bewoners niet eenvoudig is, óf men moet de warmtepomp vanuit de kamerthermostaatregeling in- en uitschakelen, wat pendelgedrag veroorzaakt. Zie voor meer uitleg over regelingen Hoofdstuk 14.
Afbeelding 30. Tweepijps buffervat als in-line retourbuffer.

Men zet deze methode ook regelmatig in bij hybride opstellingen. Deze heeft daar wellicht minder nadelen, omdat de cv-ketel de ontdooicyclus opvangt en hier-door de warmtepomp kan ontdooien. Uiteraard kost dit wel weer energie vanuit de gas gestookte cv-ketel.

Inhoudsopgave
workspace contact offerte NTA8800