9.4 Welk vermogen?
Aangezien een warmtepomp bij iedere buitentemperatuur een ander vermogen kan leveren, en dit ook nog eens afhankelijk is van de temperatuur van het afgiftesysteem, gebruikt men doorgaans de waarden bij 7 °C buitentemperatuur en 35 °C watertemperatuur. Deze duidt men kortom aan als ‘A7/W35’.
Toch is er nog een belangrijk punt om over na te denken. Er zijn namelijk warmtepompen die aan/uit werken en er zijn warmtepompen die kunnen modu-leren. Aan/uit-warmtepompen draaien altijd op vol vermogen. In dat geval moet men ook het volledige vermogen meenemen in de berekening voor de buffer. Modulerende warmtepompen zullen echter terug moduleren naar een lager vermogen als ze merken dat ze de temperatuur bijna bereiken. In theorie kan men dan dus rekenen met het minimale vermogen (onderste modulatiegrens), wat vaak slechts 25-30% van het volledige vermogen betreft. Hierdoor kan men een kleinere buffer kiezen, wat uiteraard interessant klinkt. Een kleinere buffer kost immers minder geld en bespaart ruimte.
Pas hier echter mee op, aangezien het de warmtepomp tijd kost om zo ver terug te moduleren. Dit gaat vaak stapje voor stapje en als men de buffer dan op de ondergrens selecteert, kan de warmtepomp al in storing staan voordat deze geheel terug moduleert. Wanneer men met de ondergrens wil rekenen, dient men circa 30% meer buffer inhoud te rekenen om dit te voorkomen.
Een andere mogelijkheid is om het gemiddelde vermogen te gebruiken voor de berekening van de buffer. Dus het gemiddelde tussen het maximale en het minimale vermogen bij A7/W35. Door de iets grotere buffer zal de warmtepomp over het algemeen een stuk rustiger draaien en tevens een hogere SCOP halen.
Om de buffer uit te kunnen rekenen, heeft men een aantal gegevens nodig:
- Het geleverde vermogen van de warmtepomp bij 7 °C buitentemperatuur en een watertemperatuur van 35 °C.
- De hoeveelheid circulerend water in de installatie, waarbij men moet aan de hoeveelheid water in de:
- (constant) openstaande vloerverwarmings groepen;
- hoofdleidingen tussen de buffer en de vloer verwarming;
- hoofdleidingen en buffer.
- In het geval van een monoblock warmtepomp de hoeveelheid liter water in de leidingen tussen het buitendeel en de buffer.
- De gewenste te hanteren ∆T in de buffer.


Om niet telkens de gehele berekening uit te hoeven voeren, hebben we de gegevens in een grafiek uitge-werkt, waar men eenvoudig de minimale systeem-inhoud kan vinden. Hierop kan men dan vervolgens de aanwezige circulerende systeeminhoud op in mindering brengen.
Masterwatt buffervaten
Masterwatt heeft verschillende buffervaten voor warmtepompen in het assortiment:
- SVK 100 staand buffervat
- SWVPC 235/60 staande boiler-buffervat combinatie (235 liter boiler en 60 liter buffer)
- Dynamis H 50 wandhangend buffervat
- Dynamis H 80 wandhangend buffervat
- Dynamis H 100 wandhangend buffervat
- Accu (OSO)
Veelgestelde vragen over het vermogen van een warmtepomp en buffervaten
Het kiezen van het juiste vermogen en de juiste bufferinhoud voor een warmtepomp is een belangrijk onderdeel van een goede installatie. Hieronder vind je antwoorden op veelgestelde vragen over dit onderwerp.
Wat betekent A7/W35 bij een warmtepomp?
A7/W35 staat voor 7 °C buitentemperatuur en 35 °C watertemperatuur. Omdat een warmtepomp bij elke buitentemperatuur een ander vermogen levert, gebruikt men deze standaardwaarden om warmtepompen eerlijk met elkaar te vergelijken. Zo krijg je een betrouwbaar beeld van het te verwachten vermogen in de praktijk.
Wat is het verschil tussen een aan/uit-warmtepomp en een modulerende warmtepomp?
Een aan/uit-warmtepomp draait altijd op vol vermogen en schakelt gewoon uit als de gewenste temperatuur bereikt is. Een modulerende warmtepomp past zijn vermogen aan en draait langzamer als de temperatuur bijna bereikt is. Dit zorgt voor een efficiënter verbruik en een hogere SCOP (seizoensprestatiefactor).
Hoe bepaal ik de benodigde inhoud van mijn buffervat?
Voor de berekening van de bufferinhoud heb je het geleverde vermogen van de warmtepomp bij A7/W35 nodig, de hoeveelheid circulerend water in de installatie en het gewenste temperatuurverschil (∆T) in de buffer. De aanwezige systeeminhoud, zoals water in leidingen en vloerverwarmingsgroepen, mag je van de minimale bufferinhoud aftrekken.
Kan ik een kleinere buffer kiezen bij een modulerende warmtepomp?
In theorie kun je bij een modulerende warmtepomp rekenen met een kleiner buffervat, omdat de pomp terugschakelt naar een lager minimumvermogen. Let er echter op dat dit moduleren stapsgewijs gaat, waardoor de warmtepomp in storing kan raken voordat hij volledig teruggemoduleerd is. Kies je voor de ondergrens, reken dan altijd circa 30% extra bufferinhoud in om problemen te voorkomen.
Heb je nog vragen? Neem dan contact met ons op.
